H.N. Werkman. Een biografie in jaartallen  



1923
Werkman maakt de eerste druksels met zetmateriaal dat hij inrolt met inkt en afdrukt onder de handpers. Zo ontstaan, in oplagen, Schoorstenen 1 (D-1) en Schoorstenen 2 (D-2).
Werkman wordt voorzitter van het bestuur van De Ploeg en neemt zitting in de ‘publiciteitscommissie’ die de kunstkring in het leven roept. Hij neemt deel aan verschillende tentoonstellingen in Pictura, met onder meer het schilderij Begrafenis (verloren gegaan) en twee stillevens, beide getiteld Zonnebloemen (S-17 en S-18). Bovendien exposeert hij in de herfst op de twee Ploegtentoonstellingen in het pakhuis aan de Lage der A waar ook de drukkerij gevestigd is, en waar de kunstenaarsvereniging een onderkomen huurt dat ‘de rode hel’ wordt genoemd, naar de kleur van de muren.
In september verspreidt Werkman het manifest Aanvang van het violette jaargetijde (G-47a). Het is de aankondiging van het eerste (nog naamloze) nummer van het avant-gardistische tijdschrift The Next Call (G-48a), dat hij op 22 september rondstuurt aan mede-Ploegleden en vrienden. Nummer 2 van The Next Call (G-49a) komt uit in oktober, en bevat onder meer een tekst van Jan Wiegers.

1924
In de eerste helft van dit jaar verschijnen nummers 3 en 4 van The Next Call (G-57a en G-58a), met daarin bijdragen van Werkmans vrienden Job Hansen en Jan Wiegers. Nummer 5 wordt in de zomer van dit jaar verstuurd, ditmaal ook naar buitenlandse contacten, waarvan Werkman later dit jaar in The Next Call 6 (G-63a) een lijst opneemt. Er volgen reacties van Artus Černik, Michel Seuphor en I.K. Bonset, alias Theo van Doesburg.
Werkman drukt in mei de Ploeg-uitgave Teekeningen (G-59), waarin van hemzelf onder meer de tekening Spoorwegemplacement is gereproduceerd (T-13). Na de Ploegtentoonstelling in mei verkoopt Werkman het schilderij Voerman (S-27) aan Job Hansen.
Werkman zit opnieuw in het bestuur van De Ploeg, nu als vice-voorzitter. In november verschijnt het eerste nummer van het nieuwe Ploeg-periodiek Het Kouter (G-64), dat natuurlijk ook bij Werkman wordt gedrukt. 

Het pakhuis aan de Lage der A 13. De drukkerij bevond zich op de tweede en derde verdieping, aan de rechterkant van het pand.

1925
In februari verschijnt The Next Call 7 (G-70a), het enige nummer van het blad dat Werkman dit jaar maakt.
Werkman drukt in mei wel het affiche voor de Ploegtentoonstelling in Pictura (G-73), maar neemt er niet aan deel. In oktober exposeert De Ploeg opnieuw in Pictura. Werkman laat daar voor het eerst zijn druksels zien, waaronder Compositie (D-21).
Het vijfde en laatste nummer van Het Kouter komt in november uit. Aan het eind van het jaar drukt Werkman de Ploegkalender voor 1926, waarvan de bladen verlucht zijn met grafisch werk van verschillende leden van de kunstkring. Zijn eigen bijdrage is het blad voor november (G-83).

1926
Werkman volgt Johan Dijkstra op als secretaris van De Ploeg. In mei exposeert hij met 'le Cercle d’Art de Groningue De Ploeg' in de Galerie d’art français van J.F. van Deene in Amsterdam (G-95). Hij drukt het affiche voor de tentoonstelling die de kunstkring in september in het Prinsenhof houdt met de ambitieuze titel Exposition du Congrès (G-101), en neemt ook daaraan zelf deel.
De reeks ‘tiksels’ die Werkman op de schrijfmachine maakt stammen waarschijnlijk uit dit jaar (TIK-1a t/m 12).
The Next Call 8 (G-88a) verschijnt in februari, en het negende en laatste nummer (G-104a) komt in november uit. Het belangrijkste contact dat Werkman aan de publicatie van The Next Call overhoudt is dat met de Belgische schrijver, kunstenaar en kunstcriticus Michel Seuphor (1901-1999), die zich in 1925 in Parijs vestigt. Werkman stuurt druksels naar hem op en correspondeert enkele jaren met hem.
Voor 1927 drukt Werkman een kleurige maar buitengewoon onpraktische kalender (G-108), waarschijnlijk alleen voor eigen gebruik. In latere jaren zullen nog verscheidene andere kalenders volgen.
 

Twee bladzijden uit The Next Call 9 (G-104a), dat verscheen in november 1926.

1926-1927
De financiële moeilijkheden van de drukkerij duren voort. Werkman treft een schikking met zijn belangrijkste schuldeiser, Lettergieterij Amsterdam, en kan een faillissement voorkomen.

1927
Werkman wordt in januari door Johan Dijkstra opgevolgd als secretaris van De Ploeg.
Werkman ontwerpt en drukt De Ploeg Groningen Holland 1927 (G-110), met een tekst in het Duits van Johan Dijkstra en reproducties van werk van verscheidene Ploegleden. Van Werkman zijn twee schilderijen afgebeeld: Dorpsstraat (S-38) en Start (S-37 recto).

1928
In januari wordt de Groningsche (later Groninger) Kunstkring opgericht. Werkman drukt de uitnodiging voor de oprichtingsvergadering en zal tot in het begin van de jaren dertig geregeld uitnodigingen en affiches (bijvoorbeeld G-125) voor de kring ontwerpen en drukken.
In april exposeert Werkman schilderijen en ‘typografische composities’ in het Prinsenhof, samen met Jan Altink (G-117). Op de jubileumtentoonstelling van De Ploeg, die in de herfst wordt gehouden in het Groninger Museum, is Werkman opnieuw vertegenwoordigd.
Werkman ontwerpt en drukt Het boek van Trijntje Soldaats (G-122), een bundel Groningse volksvertellingen verzameld door mevrouw E.J. Huizinga-Onnekes met houtsneden van Johan Dijkstra en uitgegeven door P. Noordhoff.

1929
In maart exposeert Werkman met andere leden van De Ploeg in de Kunstzalen Willem Brok in Hilversum (G-124).
Eind augustus maakt Werkman samen met Jan Wiegers een korte reis naar Essen, Keulen en Parijs. Ze bezoeken het Museum Folkwang in Essen voor de verzameling Kirchners, en tijdens hun driedaagse verblijf in Parijs gaan ze dagelijks naar het Louvre. Wiegers herinnert zich later dat Werkman daar vooral onder de indruk was van Rembrandts portret van Hendrickje Stoffels en de Bewening van Enguerrand Quarton.
Werkman experimenteert met nieuwe technieken voor zijn druksels: hij brengt de inkt direct met de inktrol op het papier, en gebruikt de zijkant van de roller om lijnen te tekenen. De reeks Métro (bijvoorbeeld D-67) is een vroeg voorbeeld van deze techniek.
 
Het paspoort van Werkman, dat hij in augustus 1929 aanvroeg ter gelegenheid van zijn reis naar Keulen, Essen en Parijs.

1930
In februari drukt Werkman Het boek van Minne Koning (G-135), het tweede deel van de volksvertellingen van mevrouw Huizinga-Onnekes, net als Het boek van Trijntje Soldaats geïllustreerd door Johan Dijkstra en uitgegeven door P. Noordhoff.
In dezelfde maand zijn van Werkman tekeningen en ‘typografieën’ te zien op de Zwart-Wit Tentoonstelling van De Ploeg in het Stedelijk Museum in Amsterdam.
Op 18 april opent de tentoonstelling Cercle et Carré in Galerie 23 in Parijs, georganiseerd door Seuphor. Naast twee druksels van Werkman zijn er werken te zien van Hans Arp, Piet Mondriaan, Wassily Kandinsky en Friedrich Vordemberge-Gildewart.
In juni wordt het huwelijk met Nell Supheert ontbonden.
In juli is Werkman secretaris van De Ploeg.

1931
Werkmans moeder overlijdt.
Werkman leest Onder de bewoners der betooverende Zuid-zee eilanden van L.R. Gratama. Van een plan om zich, net als Paul Gauguin, op Tahiti te vestigen ziet hij af nadat hij bij Gratama informatie heeft ingewonnen.
In het Poolse Łodz wordt het Muzeum Sztuki geopend, een museum voor moderne kunst dat door schenkingen van kunstenaars tot stand is gekomen. Werkman is vertegenwoordigd dankzij Seuphor, die zijn exemplaar van het druksel Schoorstenen 2 (D-2) afstaat.

1932
Dit jaar neemt Werkman aan geen enkele tentoonstelling deel.
In oktober en november geeft hij twee manifesten uit: Proclamatie 1 (G-166a) en Proclamatie 2 (G-168a). Het zijn kritische en geestige reeksen stellingen waarmee hij zijn mede-Ploegleden aanmoedigt om het elan uit de jaren twintig te hervinden.

1933
De Ploeg viert zijn 15-jarig bestaan en organiseert in maart een internationale tentoonstelling in Fongers’ Rijschool. Werkmans schilderij Start (S-37 recto) hangt tussen werken van Pablo Picasso, Marc Chagall, Amedeo Modigliani, Giorgio De Chirico, Vassiliy Kandinsky, Paul Klee, Fernand Léger, Oskar Kokoschka, Edvard Munch en Constant Permeke.

1934
Kennismaking met Margaretha Cornelia (Greet) van Leeuwen (1898-1990).

1935
In het voorjaar exposeert Werkman twee keer met De Ploeg: hij toont schilderijen in Pictura en druksels in Studio ’32 in Rotterdam.
Werkman past de sjabloontechniek toe in de serie Hot Printing (D-95 t/m 113). Hij maakt in de jaren 1935-1937 ook de serie Zuidzee-eiland (D-118 t/m 120), en een politiek getint druksel, Words, words, words (D-134).

1936
Werkman drukt onder meer het cahier Pesach 1936 (G-193) en de Ploeg-uitgave Blauw blauw blauw (G-198).
In april exposeert hij op de Ploegtentoonstelling in Pictura enkele bladen uit de serie Hot Printing, volgens de catalogus (door Werkman gedrukt) ‘bestemd voor illustraties’.
In september is Werkman secretaris van De Ploeg.
Op 5 november trouwen Werkman en Greet van Leeuwen.

1937
Werkman drukt in februari een convocatie voor een vergadering van De Ploeg met de uitdagende leus ‘Dada is dood’ (G-202).
In de eerste maanden van het jaar drukt hij twee nieuwe uitgaven van De Ploeg met de titels Januari 1937 (G-201) en April 1937, ook wel Apologien genoemd (G-205). Beide bevatten ook bijdragen van zijn hand in de vorm van teksten en illustraties.
Op de twee tentoonstellingen van De Ploeg waaraan Werkman dit jaar deelneemt exposeert hij alleen schilderijen.

1938
Op de lustrumtentoonstelling van De Ploeg in april-mei in Utrecht zijn druksels van Werkman te zien.
In de zomer gaat Werkman drie dagen met zijn vrouw naar Amsterdam, waar ze, naast het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum, Artis en het Vondelpark bezoeken, en het Kröller-Müllermuseum in Otterlo.
In september drukt Werkman het boekje Preludium (G-211). Het is een reactie op het Vrije-Bladencahier De Ploeg 20 jaar door Hendrik de Vries en Johan Dijkstra. Op de lustrumtentoonstelling in Pictura in de herfst zijn vier schilderijen van Werkman te zien, waaronder Gesprek (S-64 recto) en Gestoord gesprek (S-63 recto).
Eind 1938 maakt Willem Sandberg, conservator en later directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam, via Jan Wiegers kennis met het werk van Werkman. Sandberg zal zich in de komende jaren inspannen om diens werk te promoten.

1939
In februari verschijnt een artikel over Werkman door Ploeglid Jan Jordens in de Kroniek van hedendaagsche kunst en kultuur. In de eerste helft van 1939 is Werkman lid van het bestuur van De Ploeg (met Jordens als voorzitter).
Dankzij Sandberg krijgt Werkman eind oktober een expositie bij Kunstzaal Helen Spoor in Amsterdam, waar hij voornamelijk druksels laat zien. Werkman drukt zelf de uitnodiging (G-217) en een toelichting over zijn techniek.
Op de Ploeg-tentoonstelling die vrijwel gelijktijdig plaatsvindt in Pictura in Dordrecht is Werkman met twee schilderijen vertegenwoordigd, Dravers (S-56 recto) en een portret.