H.N. Werkman. Een biografie in jaartallen  




1908
Werkman begint een drukkerij in Groningen aan de Peperstraat 5.

1909
Op 10 april trouwen Werkman en Jans Cremer.

1910
Werkman drukt Museum van Plastische Verzen (G-7), een dichtbundel van zijn broer Martinus.

1911
Op 19 februari wordt dochter Grieta Sophia geboren.

1912
De drukkerij verhuist naar een groot nieuw pand aan de Pelsterstraat 31-33. De zaak floreert de eerste jaren; rond 1920 heeft Werkman ongeveer 27 man personeel in dienst. Een van de personeelsleden is Wieberen Bos (1897-1972), die tot 1945 bij Werkman in dienst zal blijven en het bedrijf over zal nemen na zijn dood.
Op 20 juni wordt zoon Hendrik Nicolaas geboren. 

Het interieur van Werkmans drukkerij in de Peperstraat. Enkele van de affiches stammen hoogstwaarschijnlijk uit 1910.


Reclamedrukwerk: een kalenderblad (G-19).

1915
Op 28 oktober wordt dochter Sophia Gerharda (Fie) geboren.

1915-1918
Werkman drukt The Camp Magazine (G-20) voor de Engelse militairen die in Groningen geïnterneerd zijn.

1917
Op 2 april sterft Jans Werkman-Cremer plotseling aan een hersenbloeding.
In datzelfde jaar ontmoet Werkman de onderwijzeres Pieternella Johanna Margaretha (Nell) Supheert (1888-1979), de dochter van een dominee uit Beilen.
Werkmans vroegste overgeleverde schilderij, een landschap getiteld
Morgen in de herfst (S-1) dateert uit dit jaar.

1918
Op 8 mei trouwen Werkman en Nell Supheert.
1919
Net als zijn oudere broer Piet wordt Werkman lid van de Groninger kunstkring De Ploeg, die een jaar eerder was opgericht. Hij neemt voortaan regelmatig deel aan de Ploeg-tentoonstellingen, en verzorgt het drukwerk voor de kunstkring.



Werkman in de drukkerij aan de Pelsterstraat omstreeks 1920-1921.

1920
Dochter Fie herinnert zich uit haar jeugd: ‘In die jaren ging mijn vader vaak voor zijn zaak naar Amsterdam.’
Op de Ploegtentoonstelling in Pictura van dit jaar exposeert Werkman onder meer het schilderij
Kerkgang in de sneeuw (S-13). Hij maakt een affiche voor een lezing die kunstcriticus Just Havelaar (1880-1930) op uitnodiging van De Ploeg komt houden over de betekenis van de moderne kunst (G-26 t/m 28).
Werkman geeft het
Noordelijk Sportblad (G-31) en De Landbouwpost uit, maar geen van beide weekbladen is een zakelijk succes.
1921
In maart exposeert Werkman op de Ploegtentoonstelling in Pictura onder meer de schilderijen
Station (S-15) en Sneeuwschepper (S-12).
Eind maart keert Jan Wiegers terug uit Davos, waar hij een jaar had gekuurd dankzij financiële bijdragen van zijn mede-Ploegleden, onder wie Werkman. Hij steekt Werkman aan met zijn enthousiasme voor Ernst Ludwig Kirchner.
Op 7 april wordt Werkmans tweede zoon geboren, Casper Klaas Johannes Vincent.
Werkman geeft het
Blad voor Kunst uit, waarvan tussen oktober 1921 en maart 1922 zes nummers verschijnen (G-37, G-38, G-39, G-41, G-43, G-44). Er werken diverse andere Ploegleden aan mee.

1922
Voor het laatste nummer van het
Blad voor Kunst (maart) ontwerpt Werkman het omslag (G-44). De abstracte compositie in geel, rood en blauw is geïnspireerd door de tentoonstelling met werk van Vilmos Huszár, Theo van Doesburg en Bart van der Leck in februari-maart 1922 in Pictura.
Werkman schaft in dit jaar de handpers aan waarop hij later zijn druksels vervaardigt.
Door de financiële moeilijkheden waarin de drukkerij verkeert moet het pand aan de Pelsterstraat worden verkocht. Werkman vestigt zich per 1 mei op de tweede en derde verdieping van een pakhuis aan de Lage der A 13.