Een zakelijke brief aan Bastiaan Kist, de voorzitter van het Nederlandsch Verbond van Boekenvrienden (nummer 356 in de recente brieveneditie), waarin Werkman ook uitlegt hoe zijn druksels tot stand komen.

Groningen, 9 september 1943

Zeer geachte Heer Kist.

Uw brief met het gekozen ontwerp heb ik in goede orde ontvangen. Het verwondert mij niet al te zeer dat U deze proef voor de uitvoering gekozen hebt. Ze is eenvoudig en duidelijk. Met het afdrukken zal ik spoedig beginnen. Het gemakkelijkst is natuurlijk 70 afdrukken van hetzelfde ontwerp, maar in dit geval wil ik wel eens probeeren of ik er eenige andere voorstellingen bij kan verwerken. Is het dan Uwe bedoeling een nieuw onderwerp en niet een van de drie die U gehouden hebt? Het is mij gelijk als U deze drie liever voor Uzelf wilt houden. Dan maak ik een nieuw en geheel abstract, waarvan de directe aanleiding tot het ontstaan moeilijk of in het geheel niet is terug te vinden. Een aanleiding is er natuurlijk altijd, al is het voor mij achterna vaak moeilijk om daarvoor een verklaring te geven. Ik bedoel niet dat ik „in trance” werk en zelf niet weet wat ik maak. Dat is in het geheel niet het geval, ik ben mij van alles wat ik maak geheel bewust, er is geen hocus pocus bij. Maar soms is de uitvoering tenslotte zoo geheel afwijkend van de gedachte die er aan ten grondslag ligt, dat ik er later geen verklaring meer van kan geven om het voor anderen bij aanschouwing aannemelijk te maken. De teekening die ik voor elk ontwerp maak is echter steeds direct, er wordt niet meer aan gevijld of gebouwd om evenwicht in de opzet te krijgen. Ik schrijf U dit omdat ik weet dat er ook schilders zijn die zoogenaamd gaan ombouwen. Zij maken een teekening in de vrije natuur en gaan daarvan thuis een serie reprises maken, aldoor vereenvoudigend, steeds wijzigend, om een aannemelijk resultaat te krijgen dat dan in linoleum, hout of op het doek wordt overgebracht. Ik wil geen kwaad daarvan zeggen, maar het is mijn methode niet. Als ik eenige teekeningen gemaakt heb zie ik ze ook direct in kleuren vergroot voor mij. Die welke mij het meest aanspreekt wordt het eerst uitgevoerd de andere volgen soms na groote tusschenpoozen tot ze mij opeens aanspreken. Doordat ik al meer dan dertig jaar mijn drukkerij heb en altijd zoo’n beetje geëxperimenteerd heb, ken ik het materiaal zoo ongeveer. Als ik eenmaal bezig ben, werk ik zeer vlug af, maar er liggen ook groote ruimten dat ik niets kan maken. Dan geeft het bedrijf mij voldoende afleiding om niet te forceeren, het komt vanzelf terug. Het eerste exemplaar is meteen het eenige. Als de eerste druk klaar is, zou men eigenlijk kunnen zeggen dat het werk gedaan is. Voor een opdracht als die van U is het afdrukken natuurlijk wel een zeer nauwkeurige bezigheid, maar het is simpel en eenvoudig.
Dit schrijf ik U naar aanleiding van Uw vraag A. om een korte uitlegging van het procédé. Als ik een dergelijke beschrijving zou geven, zou men met recht kunnen vragen: is dat nu alles? Daarin heeft men gelijk, daarom wil ik mij liever onthouden van een uitlegging. Ik heb zoo’n beetje geprobeerd U te zeggen hoe het gaat, dat er beelden voor mijn oog ontstaan en dat ik die gebruik voor de drukken en teekeningen. Dat er daarna een handrol, verschillende, en kleuren en diverse hulpmiddelen aan te pas komen, dat de inkten gemengd worden, mager en vet gedrukt worden, enkel en over elkaar heen, dat er ook soms met ander grafisch materiaal in gewerkt wordt maar nooit met penseelen, stiften of potlood, dat spreekt allemaal vanzelf. Maar hoe dat nu juist gaat is niet te omschrijven omdat het telkens weer verschilt. Ik verzoek U mij van het bijvoegen van een verklaring te ontslaan op bovenstaande gronden.
Wat Uw tweede vraag betreft omtrent verpakking en verzending, stel ik U voor de verpakking en adresseering bij te leveren. Ik stuur U dan alles voor de verzending gereed in éen pak toe, het lijkt mij beter – ook met het oog op beschadiging – dat van U in Amsterdam uit afzonderlijk verzonden wordt. Het is wel een beetje moeilijk met het oog op het materiaal, maar 70 mappen met carton lever ik U nog wel goed af. Als zoo’n zending hier gepost wordt valt dat meer op dan in Amsterdam. Wij staan voortdurend onder contrôle en zulk werk behoef ik niet aan te vragen om vergunning want dat wordt niet toegestaan. Ik vertrouw dat U hiermede accoord kunt gaan. In dit verband verzoek ik U beleefd om na de aflevering betalingen per cheque, of postwissel te doen en niet door stortingen op mijn postrekening, daar het geheel van mijn zaak gescheiden moet blijven.
Over een uitgebreider werkobject, wanneer dit eerste naar Uw genoegen uitvalt, wil ik gaarne eens nadenken en de mogelijkheid overwegen zooiets in een gelijke oplage in combinatie met tekst in den vorm van „boek” uit te geven. Vermoedelijk bedoelt U een iets meer omvangrijke tekst dan een enkel gedicht of een pagina proza. Levert U dan de tekst daarvoor? Ik hoop dat er dan nog lettervoorraad over is, 30% hebben we in totaal nu reeds moeten afstaan, maar de eigenlijke „letter” heb ik nog onaangetast kunnen behouden. Het staat echter vast dat ik belangrijke orders, waarvoor ik het zetsel had uitstaan, na den oorlog niet meer kan uitvoeren. Vermoedelijk is er dan een geheel ander terrein voor werkzaamheden, waarnaar we nu enkel nog maar kunnen verlangen zonder de juiste aard er van nog te weten.
Naar U zich zult herinneren, hebt U mij in Uw eerste schrijven over de nog te Amsterdam zijnde drukken een voorstel gedaan, waarop ik niet ben ingegaan omdat de heer Balkema reeds in actie was. Ik had U reeds eerder willen mededeelen dat het niet gelukt is deze collectie te achterhalen. Ik vernam dat ze in een kistje naar een onbekend adres gezonden waren. Vermoedelijk dus wel in veiligheid, maar ik kreeg het advies om deze aangelegenheid beter eerst te laten rusten met het oog op de vele haken en oogen. Maar ik wilde U toch even op de hoogte stellen en meteen het advies erbij: geen pogingen doen.
Gaarne zie ik dus binnenkort de gedrukte adressen tegemoet om op de mappen te plakken.

Met hoogachting en hartelijke groeten
Werkman

Bij overlezing valt me toch op dat de woorden hocus pocus een beetje te kras zijn. Ik bedoel daarmee niet minachtend te schrijven over het werk van anderen, die niet weten wat ze maken zoolang ze bezig zijn. Ik ken zelfs iemand die met oogen dicht schildert bij petroleumlicht en die ook de tubes verf met gesloten oogen uitzoekt bij den verfhandelaar en dan later ziet wat hij gekocht heeft en zegt: „O, ook geel, ja dat moet ik zeker gebruiken” of zooiets. Ook heb ik gehoord van menschen die teekeningen maken en later de bedoeling daarvan ontleden.
Ik wilde alleen zeggen dat ik met oogen open alles afwerk, de teekeningen maak en de kleuren opwerk. Aan de teekeningen ga ik nooit veranderen, de kleuren zoek ik niet naast elkaar uit. Dat volgt als vanzelf, het een uit het ander. Inspiratie moet er zijn zonder dat het verstand bij het werk uitgeschakeld moet worden.
Onwillekeurig een beetje uitvoerig.