In deze brief aan Paul Guermonprez (nummer 329 in de recente brieveneditie) maakt Werkman melding van het huwelijk van zijn jongste dochter Fie met de schilder Siep van den Berg. Guermonprez zit nog steeds gevangen in Sint-Michielsgestel.

Groningen, 21 juli 1943

Beste Paul

Komt het door de spanning waaronder wij leven dat de dagen zoo snel voorbij gaan? Het moet wel zoo zijn, ik herinner mij dat ook in de vorige oorlog de tijd zoo vlug ging. Ongemerkt is het alweer een heele poos geleden dat ik je heb geschreven, daarom zal ik nu maar weer eens ons beider groeten zenden. Denk niet dat we je hier vergeten al hoor je weinig. We hebben het beiden druk en hebben veel afleiding. Vorige week is mijn jongste dochter getrouwd met een schilder. Een schoondochter had ik al lang en nu heb ik er een schoonzoon bij gekregen, een jongeman die reeds op de schoolbanken niets anders in ’t hoofd had dan teekenen, en schilder moest worden natuurlijk ten koste van velerlei en ondanks de noodige tegenwerking. Het moet gezegd dat hij zeer zelfstandig, zeer standvastig en zeer enthousiast is, bij het overmoedige af. Maar het is prachtig zoo iemand eens van heel nabij te kunnen aanschouwen en aan te hooren. Hij is van Friesche afkomst en zeer levendig van natuur. En nu wil je natuurlijk graag weten hoe hij schildert – want dat is toch misschien het voornaamste zul je zeggen. Hij werkt naar de natuur, landschap, figuur en portret en alles kleurig en luchtig. Aan het werk is te zien dat hij nog heel wat voor de boeg heeft voordat er meesterwerken ontstaan. Er is toch iets eigens in, iets krachtigs en iets compleets dat wel aantrekt. Ze wonen in een koepel aan de Heereweg, met een groote oude tuin er bij, waar het genoegelijk is te zitten onder oude beuken. Je zult het hopelijk spoedig met eigen oogen kunnen zien. Als ik daar zit denk ik aan jou want jij zit natuurlijk veel in de tuin. Ik neem je dan hier beslist mee heen, het woninkje is zoo volgepropt en het keukentje zoo klein waarin die twee gelukkige menschen zich bewegen. Daar is de Esschenlaan een kasteel bij. Bij ons thuis is het ook erg fleurig van de bloemen, daar zorgt Greet voor bij alle drukte, want zonder bloempjes kan ze niet leven. Verder zorg ik er ook voor dat er kleuren in huis komen aan de wand. Er wordt geregeld gewerkt na een periode van stilstand en dagelijks ben ik ’s middags bezig. Wel moeten we nu weer een partij lood inleveren en dat is wel heel erg merkbaar op de totale voorraad. Moeilijk om te beslissen wat weg moet en wat blijven zal want het is alles materiaal waarmee de kost verdiend moet worden en na de oorlog wordt dat goed natuurlijk peperduur. Laat ons niet klagen, het kon nog erger en bovendien: de zomer is gekomen.
Ontvang ons beider hartelijke groeten, in de hoop dat wij elkaar spoedig mogen terugzien.

je Hendrik