Jasia Reichardt, ‘H.N. Werkman: Printer, Painter, Poet’, Penrose Annual 57 (1964), pp. 117-120
 
4 ill.; taal: Engels
 
Bespreekt Werkmans vroege, typografische druksels en zijn gedichten uit de jaren 20, die volgens de auteur het belangrijkst en meest experimenteel zijn. Betoogt dat Werkman in beide gevallen (d.w.z. zowel bij de druksels als de gedichten) uitging van losse elementen die pas een betekenis krijgen als ze door de kunstenaar in een bepaald verband worden geplaatst. In zijn druksels gebruikte hij typografisch materiaal dan ook niet vanwege de symbolische waarde maar alleen als visuele vormen; dat onderscheidt hem van moderne kunstenaars als Warhol en Liechtenstein, die ook typografische elementen gebruiken in hun werk.
 
Trefwoorden: teksten en gedichten / typografie