H.W. van Os, H.N. Werkman, uitgegeven ter gelegenheid van de Werkmantentoonstelling in het Instituut voor Kunstgeschiedenis van de Rijksuniversiteit Groningen, 6 maart tot 31 maart 1965
 
Uitgave: Groningen, Uitgeverij J. Niemeijer, 1965, 62 pp.; 39 zwart/wit- en 7 kleurenill.; taal: Nederlands
 
Vroege monografische studie waarin aandacht wordt geschonken aan Werkmans artistieke ontwikkeling, inspiratiebronnen en de thematiek van zijn werk. In het eerste hoofdstuk presenteert Van Os het jaar 1923 als een keerpunt in Werkmans loopbaan. Hij verbindt Werkmans ontwikkeling in jaren 1920 in zowel de schilderijen als de eerste druksels met moeilijke persoonlijke en zakelijke omstandigheden uit deze periode, maar ook met zijn kennismaking met avant-gardistische kunst. In hoofdstuk twee staat de tegenstelling tussen abstractie en figuratie in de beeldende kunst uit het interbellum centraal. Van Os benadrukt dat Werkmans werk buiten deze tegenstelling staat, en haalt als voorbeeld de druksels uit de serie Hot Printing aan. Werkmans verhouding tot de zichtbare werkelijkheid valt volgens Van Os te vergelijken met die van Hans Arp en Paul Klee. Verder onderstreept Van Os het belang van dialoog en vriendschap voor het ontstaan van de serie Amsterdam-Castricum en de Chassidische legenden; hij besteedt daarbij speciale aandacht aan het druksel De Sabbat der eenvoudigen, en betoogt dat de proefdrukken uit 1941 van hogere kwaliteit zijn dan de in oplage gedrukte series. Het laatste hoofdstuk (‘Een hervonden paradijs’) behandelt het motief van het paradijs in Werkmans oeuvre, dat vanaf de jaren 30 een steeds terugkerend thema wordt.
 
Trefwoorden: Chassidische legenden / druksels / avant-garde algemeen / kunsthistorisch algemeen / inspiratiebronnen / thematiek / kunstopvatting