Aan mede-Ploeglid Ekke Kleima. Aanleiding was onder meer een vergadering van De Ploeg.

8 September 1931
Groningen, Lage der A 13

Beste vrienden Kleima,

Na het bovenvlak aldus verdeeld te hebben dat alles verantwoord is, zie ik een groot wit vlak zoo maagdelijk als een ijsbaan en in geen verhouding tot het weinige nieuws dat ik heb mede te deelen. Ik hoorde van de ongesteldheid van Ek; ik had verwacht dat we in de vacantie nog samen eens zouden Dikken en we hadden ook plannen om jullie te bezoeken. Intusschen is Jo ook ziek geweest en ligt nu alweer met beklemming op de kaakspieren en wat koorts- een graad of wat. Op de vergadering van de Ploeg heb ik op mij genomen je een klein verslag daarvan te doen. De notulen zijn goedgekeurd. Ingekomen was een schrijven van juf Halbertsma meededeelende dat de Pictura zalen disponibel zijn van 20 Sept. tot 11 Oct., waarop de datum van begin en eind van onze tentoonstelling zijn vastgelegd. Dringend aanbevolen om mee te doen. De catalogus zal geïllustreerd worden met blok-afdrukken van de leden die de blokken deze week aan mij inzenden. Jordens, van der Zee en Altink zullen het werk ophangen. Een affiche wordt door mij gedrukt met drukletters. Bruins is eenigen tijd in Rooden en zendt ook in. Als nieuwe leden werden aangenomen Jan Wiegers en Jan Hooft. Er is sprake van een werkruimte, eigen vergaderzaal en tentoonstellingszaal in ’t Roodeweeshuisstraatje (Klooster). Inzendbiljetten voor de tentoont. Aan Jordens vóór 10 Sept. Alkema zal vermoedelijk de surveillance op zich nemen. Over een schrijven van de Federatie zal nog nader worden gesproken, het betreft een tentoonstelling in het Sted. Museum in Amsterdam en het benoemen van een jury daarvoor. De rondvraag leverde niets op. Als gast kwam na afloop Alex. De Haas. Georg deed verder gevraagd en ongevraagd mededeeling over een tocht naar Borkum, door hem, Dijkstra en Kloppenburg per schip Alida te ondernemen. Ze zijn inmiddels reeds vertrokken.
De woning aan de Princesseweg bevalt bij voortduring goed. De buren houden zich rustig en hebben nog geen volksgericht gehouden. Zoodra Jo weer beter is zullen we werk maken van een reis naar Warffum op een Zondag. In de drukkerij is het niet zoo druk als wel wenschelijk is. Ik heb twee nieuwe druksels, eigenlijk rolsels, gemaakt en ben in afwachting van nieuwe drijfkracht in die richting. Zoolang de driften te onderdrukken zijn houd ik mij onledig met vouwen, zetten en al die werkzaamheden die samengevat worden onder het hoofd administratie. En nu de vragen: hoe gaat het er mee? Is Ek weer beter en kom jullie nog binnenkort in Groningen? Hoe zijn de boeken bevallen? Ik las dezer dagen van Baudelaire en Edgar Poe, beruchte opiumschuivers en onverlaten, vooral de eerste een banneling. Het is toch bepaald dat elk werk zijn tijd heeft. De tegenwoordige tijd vraagt iets geheel anders. En dat andere is er telkens weer en wordt ook weer door iets anders op zij geschoten, ondanks zijn eigen schoonheid. Al die grooten deelen hetzelfde lot bij leven en bij dood: voortdurend gekweld, arm gestorven. Behoudens de uitzonderingen schijnt het wel vast te staan dat de beroerdigheid de antenne moet zijn voor Krant inspiraties. De weg naar de hemel gaat nog steeds over Golgotha. Maar een beetje materieele zorgeloosheid is niet te versmaden. Intusschen blijven nog vele belangrijke vraagstukken ter oplossing, zoo het sexueele.
Onder het schrijven word ik voortdurend lastig gevallen door een vlieg, die elk oogenblik op mijn kaal plateau neerstrijkt. Ik kan mijn gedachten er niet meer ongestoord op los laten gaan. Volgende keer beter.
Met hartelijke groeten en beste wenschen voor beterschap. Ik hoop jullie en de zoon, alsook de oude en nieuwe schilderijen spoedig weer te zien.

Mede van Jo,
Werkman.